Wadi's zijn niet meer weg te denken uit de moderne, klimaatbestendige wijk. Deze verlaagde groenstroken vangen regenwater op bij hoosbuien en laten het langzaam de bodem in zakken. Maar laten we eerlijk zijn: veel wadi's zijn saaie grasstroken die vooral gemaaid worden. Dat kan anders. Met het Wadislove-mengsel (ook wel Wadiflora-mengsel genoemd) verander je zo'n functionele regenwatervoorziening in een kleurrijk lint vol leven.
Een wadi stelt bijzondere eisen aan beplanting. Na een flinke regenbui staat de bodem tijdelijk onder water, terwijl diezelfde plek in een droge zomer wekenlang kurkdroog kan zijn. De ondergrond bestaat bovendien meestal uit zand, juist omdat water er snel moet kunnen infiltreren. Weinig planten voelen zich thuis in zulke extremen.
Het Wadislove-mengsel is precies op deze omstandigheden geselecteerd. Het verdraagt zowel tijdelijke natte periodes als langdurige droogte, en gedijt het best op een zanderige, bij voorkeur kalkrijke bodem met goede infiltratie en drainage. Oftewel: de omstandigheden die je in vrijwel elke wadi tegenkomt, zeker in binnenstedelijke situaties.
Wat dit mengsel bijzonder maakt, is dat het volledig bestaat uit inheemse soorten van regionale herkomst. Dat is meer dan een mooi verkoopargument. Inheemse wilde planten zijn samen met onze insecten geëvolueerd: wilde bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen herkennen ze en kunnen er daadwerkelijk nectar en stuifmeel uit halen. Veel exotische "bijenmengsel"-bloemen zien er vrolijk uit, maar bieden onze eigen insecten nauwelijks voedsel.
De samenstelling bestaat uit ongeveer 20% eenjarige en 80% meerjarige soorten. Die verhouding is slim gekozen: de eenjarigen — denk aan korenbloem en klaprozen — zorgen al in het eerste jaar voor een kleurexplosie, terwijl de meerjarige soorten op de achtergrond wortelen en vanaf het tweede jaar het stokje overnemen. Zo heb je direct resultaat én een beplanting die jaren meegaat.
De lijst met soorten leest als een wandeling door een ouderwets bloemrijk grasland. Een greep uit de bijna veertig soorten:
Voor de kleur zorgen onder meer grote en bleke klaproos, korenbloem, slangenkruid, dagkoekoeksbloem, grote kattenstaart, wilgenroosje en gewone margriet. Voor de insecten zijn er nectarkanonnen als knoopkruid, wilde marjolein, duizendblad, gele kamille en boerenwormkruid. Vlinderbloemigen zoals rode klaver, gewone rolklaver, vogelwikke en veldlathyrus binden bovendien stikstof en zijn waardplant voor diverse vlindersoorten.
Extra interessant zijn de grote en kleine ratelaar. Deze halfparasieten tappen voedingsstoffen af van grassen en houden zo de grasgroei in toom — een natuurlijke manier om te voorkomen dat gras de bloemen overwoekert. Soorten als moerasrolklaver, grote kattenstaart en echte koekoeksbloem kunnen juist goed tegen natte voeten en nemen het laagste, natste deel van de wadi voor hun rekening. Zo vindt elke soort zijn eigen plekje in het hoogteverloop van de wadi.
De beplanting wordt gemiddeld 40 tot 60 cm hoog: hoog genoeg voor een weelderig beeld, laag genoeg om de wadi overzichtelijk en functioneel te houden.
Het zaaien is verrassend eenvoudig, zolang je een paar vuistregels aanhoudt:
Dosering. Reken op 1,5 gram per vierkante meter. Een zak van circa 25 gram is goed voor zo'n 16,8 m². Meer zaaien is niet beter: bij een te hoge dichtheid verdringen de snelle groeiers de langzame soorten.
Timing. Zaaien kan in principe het hele jaar, maar de ideale periode is de nazomer, rond eind augustus. Ook september en oktober werken prima. Veel inheemse soorten hebben namelijk een koudeperiode nodig om te kiemen; door in het najaar te zaaien regelt de winter dat vanzelf. Zaai je heel laat, dan kan de bloei een jaar op zich laten wachten — geduld wordt beloond.
Ondergrond. Grof, scherp of rivierzand, bij voorkeur kalkhoudend. Zorg dat de bodem open en onkruidvrij is voordat je zaait, druk het zaad na het zaaien licht aan en houd de eerste weken de vochtigheid in de gaten.
Een bloeiende wadi doet meer dan het oog strelen. De diepere en gevarieerdere beworteling van wilde planten verbetert de bodemstructuur en daarmee de infiltratie — precies waar een wadi voor bedoeld is. De lange bloeiboog, van de vroege eenjarigen tot laatbloeiers als boerenwormkruid en teunisbloem, biedt insecten maandenlang voedsel. En voor bewoners verandert een grasgroene "greppel" in een stukje natuur voor de deur.
Voor gemeenten, hoveniers en bewonersinitiatieven die met klimaatadaptatie bezig zijn, is dit dan ook een kans om twee vliegen in één klap te slaan: waterberging én biodiversiteit, in één zaaironde.
Kortom: wie een wadi heeft (of aanlegt) en meer wil dan gemaaid gras, kan met Wadislove van een technische voorziening een bloeiend visitekaartje maken — voor mens, bij en vlinder.