Op elk zakje zaden zit een QR-code. Deze kun je scannen. Vervolgens krijg je gepersonaliseerde zaai-instructies. We houden rekening met je locatie en het weer.
|
Houdbaarheid
|
may. 2028
|
|
Kwaliteit
|
|
|
Inheems
|
Ja
|
|
Hoogte
|
30 - 70 cm
|
|
Niveau
|
Moeilijkheidsgraad Wilde marjolein BIO: gemiddeldZeer fijne zaden die licht nodig hebben om te kiemen; oppervlakkig zaaien en constant licht vochtig houden is belangrijk. Zaailingen zijn klein en kwetsbaar voor uitdroging of verstikking door te diep zaaien, maar kiemen verder vrij betrouwbaar. |
|
Kiemtijd
|
14 dagen
|
|
Zonlicht
|
volledige zon
halfschaduw
|
|
Kleur
|
roze
paars
|
|
Grondtype
|
zand
lemig
kalk
grind
|
|
Zaaiperiode
|
Maart
April
Mei
Juni
September
|
|
Bloeiperiode
|
Juni
Juli
Augustus
September
|
|
Vochtbehoefte
|
droog
vochtig
|
|
Levensduur
|
vast
|
|
Bladtype
|
bladverliezend
enkelvoudig
|
|
Geschikt voor plaats
|
tuin
balkon
groen dak
berm of veldrand
natuurlijke tuin
voedselbos
|
|
Groeitypes
|
borders
alleenstaande planten
groepsbeplanting
potten
bodembedekker
|
|
Giftig
|
Giftigheid Wilde marjolein BIOEetbaar en algemeen veilig voor mensen in culinaire hoeveelheden, maar kan bij huisdieren (met name honden en katten) maag-darmklachten veroorzaken door aanwezige etherische oliën; symptomen zijn o.a. braken en diarree na het eten van grotere hoeveelheden. De geconcentreerde etherische olie is voor dieren sterker irriterend. Houd plantmateriaal en (essentiële) olie buiten bereik van huisdieren en gebruik bij mensen met allergieën met beleid. |
Wilde marjolein (Origanum vulgare) is een meerjarige kruidachtige plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). In de keuken is hij beter bekend onder zijn Italiaanse naam: oregano. Het is dus dezelfde soort die je gedroogd op de pizza strooit, alleen smaakt de versie uit Nederlandse tuinen vaak wat zachter en bloemiger dan de mediterrane variant, omdat het aroma sterk afhangt van zon, warmte en grondsoort.
De plant wordt gemiddeld 30 tot 60 centimeter hoog en vormt vanuit een houtige wortelstok losse, opgaande stengels die vierkantig zijn, een typisch kenmerk van de lipbloemenfamilie. De stengels zijn vaak roodachtig aangelopen, vooral in de zon, en licht behaard. De bladeren staan kruislings tegenover elkaar, zijn eirond tot ovaal, ongeveer 1 tot 4 centimeter lang, met een gave of licht getande rand. Ze zijn dofgroen, soms iets grijzig, en bezet met kleine olieklieren die bij wrijven de kenmerkende warme, kruidige geur vrijgeven.
De bloei valt grofweg tussen juli en september, soms door tot in oktober. De bloemen zijn klein, ongeveer 4 tot 7 millimeter, en variëren in kleur van lichtroze en lila tot dieppaars; bij sommige planten zijn ze bijna wit. Ze staan in dichte, schermvormige pluimen aan de top van de stengels, omgeven door opvallende, vaak paars aangelopen schutblaadjes die de bloeiwijze haar typische gedrongen uiterlijk geven. Wilde marjolein is een uitgesproken insectenplant: hommels, honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen en talloze vlindersoorten, waaronder het bruin zandoogje, de kleine vuurvlinder en diverse dikkopjes, komen er massaal op af. In een goede zomer zoemt en fladdert het continu rond de bloemen, wat de plant tot een van de waardevolste inheemse drachtplanten maakt.
Van oorsprong komt de soort voor in heel Europa, West- en Centraal-Azië en delen van Noord-Afrika. In Nederland en België is hij inheems, maar relatief schaars in het wild; je vindt hem vooral op kalkrijke, droge, zonnige plekken zoals zuidhellingen in Zuid-Limburg, bermen, bosranden, kalkgraslanden en oude steengroeven. Hij houdt van schrale, goed doorlatende grond met een neutrale tot licht alkalische pH; in zware, natte klei of zure veengrond kwijnt hij weg. Volle zon en warmte zijn essentieel: in de schaduw groeit hij wel, maar bloeit slecht en maakt nauwelijks aromatische olie aan.
De plant is volledig winterhard, tot ongeveer min twintig graden, en sterft in de winter bovengronds grotendeels af. In het voorjaar loopt hij opnieuw uit vanuit de wortelstok, die zich langzaam uitbreidt en na een paar jaar mooie pollen vormt. Vermeerderen kan op drie manieren: zaaien (als lichtkiemer, ondiep of niet bedekken), scheuren van bestaande pollen in voor- of najaar, en stekken van jonge scheuten in het voorjaar.
Culinair is wilde marjolein veelzijdig. De blaadjes en bloeitoppen worden vers of gedroogd gebruikt in mediterrane gerechten, tomatensauzen, marinades, bij gegrild vlees, vis, groenten, peulvruchten en kaas. Het aroma is het sterkst vlak voor of tijdens de bloei; dat is ook het beste oogstmoment als je het kruid wilt drogen. Hang bosjes ondersteboven op een droge, luchtige, schaduwrijke plek; gedroogd is het aroma vaak intenser dan vers. De bloemen zijn eetbaar en doen het mooi in salades.
In de tuin is wilde marjolein een dankbare keuze. Hij past goed in kruidentuinen, border, rotstuin, bijenlint, daktuin en zelfs in potten op een zonnig balkon. Combineer hem met andere mediterrane kruiden als tijm, salie, lavendel en hyssop, of plant hem in een bloemenborder met echinacea, duizendblad, ijzerhard en siergrassen voor een natuurlijke, late zomerbloei. Hij vraagt weinig: geen bemesting, nauwelijks water als hij eenmaal geworteld is, en hooguit een snoeibeurt na de bloei of in het vroege voorjaar om de pol compact te houden. Ziekten en plagen heeft hij zelden; de aromatische oliën houden de meeste belagers vanzelf op afstand.
Kortom: wilde marjolein is een onopvallende plant met grote waarde. Hij geeft jarenlang kruid voor de keuken, trekt enorm veel insecten, vraagt weinig verzorging en hoort eigenlijk in elke zonnige tuin thuis.